Blog

  • Variabele rente: wat is het en wanneer kies je daarvoor?

    Variabele rente: wat is het en wanneer kies je daarvoor?

    Je maandlasten die stijgen of dalen op basis van de markt: dat is in een notendop wat variabele rente inhoudt. Bij een variabele rente is de rente die je betaalt niet voor langere tijd vastgezet, maar gekoppeld aan de actuele marktrente. Die kan dus op elk moment omhoog of omlaag gaan.

    Hoe werkt variabele rente precies?

    Bij een variabele hypotheekrente, ook wel korte rente of flexibele hypotheekrente genoemd, volgt jouw rentepercentage de schommelingen van de marktrente. Gaat de marktrente omlaag? Dan profiteer je daar direct van. Stijgt de marktrente? Dan betaal je meer. De aanpassing gebeurt periodiek, afhankelijk van wat de geldverstrekker afspreekt.

    De variabele rente bestaat bij veel aanbieders uit meerdere onderdelen. Denk aan de basisrente op de kapitaalmarkt, een opslag voor risico en kosten, en een marge van de geldverstrekker zelf. Elk van die onderdelen kan veranderen, waardoor het totaalpercentage beweegt.

    Wat is het verschil met een vaste rente?

    Bij een vaste rente spreek je bij het afsluiten van je hypotheek een rentevaste periode af. Dat kan tien, twintig of zelfs dertig jaar zijn. Gedurende die periode verandert jouw rente niet, wat je zekerheid geeft over je maandlasten.

    Een variabele rente heeft geen vaste periode. Het is eigenlijk de kortste rentevaste periode die je kunt kiezen. Je weet vooraf niet wat je over een jaar betaalt, maar je zit ook nergens aan vast voor de lange termijn. Dat is zowel een voordeel als een risico.

    Wanneer kan een variabele rente voordelig zijn?

    Een variabele rente pakt goed uit als de marktrente daalt of langdurig laag blijft. Je maandlasten nemen dan automatisch af zonder dat je actie hoeft te ondernemen. Ook kan een variabele rente in een bepaalde periode lager starten dan een vaste rente, omdat geldverstrekkers minder risico lopen bij kortere periodes.

    Mensen die weten dat ze de hypotheek op korte termijn aflossen of de woning snel gaan verkopen, kunnen ook baat hebben bij een variabele rente. Je betaalt geen boeterente als je wilt overstappen of de lening eerder aflost, wat bij een vaste rente vaak wel het geval is.

    Wat zijn de risico’s?

    Het grote risico is onzekerheid. Als de marktrente stijgt, stijgen ook jouw maandlasten. Dat kan flink oplopen als de rente over een langere periode omhooggaat. Wie krap zit in het budget, kan daardoor in de problemen komen.

    Daarnaast is het moeilijk plannen. Bij een vaste rente weet je precies wat je iedere maand betaalt. Met een variabele rente moet je altijd rekening houden met de mogelijkheid dat je maandlast hoger uitvalt dan verwacht.

    Voor wie is een variabele rente geschikt?

    Een variabele rente past het best bij mensen die financieel wat meer ruimte hebben en een rentestijging kunnen opvangen. Ook mensen die bewust de markt volgen en op het juiste moment willen overstappen naar een vaste rente kunnen ervoor kiezen om tijdelijk variabel te zitten.

    Het is minder geschikt voor wie zekerheid wil over vaste maandlasten, of voor wie al dicht bij de maximale hypotheek zit. In dat geval biedt een langere rentevaste periode meer rust.

    Waar let je op bij de keuze?

    • Bekijk hoelang je van plan bent in de woning te blijven. Kort? Dan kan variabel interessant zijn.
    • Controleer hoe vaak de rente wordt aangepast en op basis van welke index.
    • Vergelijk de variabele rente met de rente bij een kortere vaste periode, zoals één of twee jaar.
    • Vraag na of er een maximum zit aan de rentestijging per aanpassing, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
    • Bereken of je de maandlast ook kunt betalen als de rente een paar procentpunten hoger uitvalt.
    • Let op de voorwaarden voor tussentijdse aflossing of oversluiting.

    Een keuze die bij jou moet passen

    Variabele rente biedt vrijheid en kan in gunstige marktomstandigheden goedkoper zijn dan een vaste rente. Maar die vrijheid heeft een prijs: je maandlasten zijn nooit helemaal zeker. Denk goed na over je financiële situatie, je plannen voor de toekomst en hoeveel onzekerheid je aankunt. Twijfel je? Een onafhankelijk hypotheekadviseur kan je helpen de beste keuze te maken voor jouw situatie.

    Veelgestelde vragen

    Kan ik van een variabele rente overstappen naar een vaste rente?
    Ja, dat kan bij de meeste geldverstrekkers. Omdat je bij een variabele rente niet vastzit aan een lange rentevaste periode, kun je relatief eenvoudig overstappen naar een vaste rente. Je betaalt dan geen of weinig boeterente. Wel betaal je vanaf dat moment het tarief dat op dat moment geldt voor de gekozen rentevaste periode.

    Hoe vaak verandert mijn rente bij een variabele hypotheekrente?
    Hoe vaak de variabele rente wordt aangepast, verschilt per geldverstrekker. Sommige aanbieders passen de rente maandelijks aan, andere doen dit per kwartaal of op een ander moment. Kijk dit goed na in de voorwaarden voordat je een keuze maakt.

    Is variabele rente altijd lager dan een vaste rente?
    Niet altijd, maar in veel gevallen start een variabele rente wel lager dan een lange rentevaste periode. Geldverstrekkers berekenen voor langere zekerheid een hogere premie. Toch kan een variabele rente ook stijgen, waardoor het op de lange termijn duurder kan uitvallen dan een vaste rente die je eerder had vastgezet.

    Mag ik bij een variabele rente boetevrij extra aflossen?
    Dat hangt af van de voorwaarden van je geldverstrekker. Bij veel aanbieders mag je bij een variabele rente boetevrij aflossen of de lening tussentijds volledig beëindigen. Dit is een van de voordelen ten opzichte van een lange rentevaste periode, waarbij je soms een flinke vergoeding moet betalen bij vervroegde aflossing.

  • Wanneer wordt belastingteruggave uitbetaald? Dit zijn de termijnen

    Wanneer wordt belastingteruggave uitbetaald? Dit zijn de termijnen

    Heb je aangifte gedaan en verwacht je geld terug? Dan staat je belastingteruggave doorgaans binnen één week na de datum op de aanslag op je rekening. De vraag wanneer wordt belastingteruggave uitbetaald hangt dus vooral af van wanneer je de aanslag ontvangt, en hoe snel de Belastingdienst je aangifte verwerkt.

    Eerst de aanslag, dan het geld

    Het proces werkt in twee stappen. Nadat je aangifte inkomstenbelasting hebt gedaan, beoordeelt de Belastingdienst je aangifte en stuurt een belastingaanslag. Op die aanslag staat of je geld terugkrijgt of juist moet betalen. Pas na die aanslag volgt de daadwerkelijke uitbetaling.

    Staat er op de aanslag dat je geld terugkrijgt? Dan wordt dat bedrag binnen één week na de datum op de aanslag overgemaakt naar je rekening. Heb je na die week nog niets ontvangen, dan is het verstandig om dit te controleren via Mijn Belastingdienst of contact op te nemen.

    Hoe lang duurt het voordat je de aanslag krijgt?

    De Belastingdienst heeft wettelijk tot uiterlijk drie jaar na afloop van een belastingjaar de tijd om een definitieve aanslag te sturen. In de praktijk gebeurt dit veel sneller. De aangifte over een bepaald jaar wordt meestal al binnen enkele maanden na het indienen verwerkt.

    Dien je je aangifte vroeg in, dus kort na het openstellen van het aangifteportaal in maart, dan ontvang je ook eerder een aanslag. Wie vroeg aangifte doet, heeft zijn geld dus doorgaans eerder terug dan iemand die vlak voor de deadline indient.

    Voorlopige of definitieve aanslag: wat is het verschil?

    Soms ontvang je eerst een voorlopige aanslag. Dat is een eerste berekening op basis van de gegevens die de Belastingdienst al heeft. Hiermee kan je al eerder geld terugkrijgen, terwijl de definitieve afrekening later volgt. De definitieve aanslag is het officiële eindoordeel op basis van je volledige aangifte.

    Klopt er iets niet aan de voorlopige aanslag, of wil je eerder zekerheid? Dan kun je zelf tussentijds aangifte doen of een herziene voorlopige aanslag aanvragen.

    Wanneer krijg je rente van de Belastingdienst?

    Als de verwerking lang duurt, heeft dat gevolgen. De Belastingdienst is verplicht rente te vergoeden als de aanslag te laat wordt opgelegd. Daarvoor geldt een regeling: de Belastingdienst rekent rente vanaf 1 juli, en dit loopt tot maximaal negentien weken na ontvangst van de aangifte. Krijg je de aanslag eerder, dan vervalt het recht op die rente over de resterende periode.

    Dit betekent dat de Belastingdienst er belang bij heeft om binnen die termijn te verwerken. In de meeste gevallen lukt dat ook gewoon.

    Wat als je geld nog niet binnen is?

    Heb je een aanslag ontvangen met een teruggave, maar staat het geld na één week nog niet op je rekening? Controleer dan het volgende:

    • Is het rekeningnummer in Mijn Belastingdienst correct en actueel?
    • Staat er geen blokkade op je account bij de Belastingdienst?
    • Heb je de aanslag goed gelezen? Soms staat er een betalingstermijn of verwijzing naar een openstaande schuld.
    • Heeft de Belastingdienst misschien een openstaand bedrag verrekend met je teruggave?

    Klopt alles maar staat het geld er nog steeds niet? Neem dan contact op met de Belastingdienst via de BelTel of via Mijn Belastingdienst.

    Zo verloopt het proces stap voor stap

    • Je doet aangifte inkomstenbelasting, meestal tussen maart en 1 mei.
    • De Belastingdienst beoordeelt je aangifte en berekent of je geld terugkrijgt of moet betalen.
    • Je ontvangt een belastingaanslag, digitaal of per post.
    • Staat er een teruggave op? Dan wordt dat binnen één week overgemaakt naar je rekening.
    • Staat het geld er na één week nog niet? Controleer je gegevens en neem zo nodig contact op.

    Eerder geld terug? Dit helpt

    Wil je zo snel mogelijk je belastingteruggave ontvangen, dan helpt het om je aangifte vroeg en volledig in te dienen. Hoe eerder en completer de aangifte, hoe eerder de Belastingdienst kan verwerken en hoe eerder je de aanslag ontvangt. Zorg ook dat je rekeningnummer up-to-date staat in Mijn Belastingdienst, want een verouderd nummer vertraagt de uitbetaling direct.

    Heb je recht op een voorlopige teruggave, omdat je elk jaar geld terugkrijgt? Dan kun je die aanvragen. Je ontvangt het bedrag dan gespreid over het jaar, in plaats van één keer achteraf.

    Veelgestelde vragen

    Hoe lang duurt het voordat belastingteruggave op mijn rekening staat?
    Nadat je de belastingaanslag hebt ontvangen met daarop een teruggave, wordt het bedrag binnen één week naar je rekeningnummer overgemaakt. De wachttijd zit dus niet in de uitbetaling zelf, maar in hoe lang de Belastingdienst nodig heeft om je aangifte te verwerken en de aanslag te sturen.

    Kan ik zelf nakijken wanneer mijn teruggave wordt uitbetaald?
    Ja, via Mijn Belastingdienst kun je de status van je aangifte en aanslag bekijken. Daar zie je ook of er al een aanslag is opgelegd en wat de hoogte van je teruggave is.

    Wat gebeurt er als ik een openstaande schuld heb bij de Belastingdienst?
    Als je nog een openstaande schuld hebt bij de Belastingdienst, kan die worden verrekend met je belastingteruggave. Je krijgt dan minder uitbetaald, of in sommige gevallen helemaal niets. Op de aanslag staat vermeld of en hoeveel er is verrekend.

    Wat is een voorlopige teruggave en wanneer krijg ik die?
    Een voorlopige teruggave is een maandelijkse uitbetaling die je kunt aanvragen als je verwacht elk jaar geld terug te krijgen, bijvoorbeeld door hypotheekrenteaftrek. Je ontvangt het bedrag dan gespreid over het jaar in plaats van als eenmalige uitbetaling achteraf. Je vraagt dit aan via Mijn Belastingdienst.

  • Hoe sparen met weinig geld: praktische tips die echt werken

    Hoe sparen met weinig geld: praktische tips die echt werken

    Weinig geld overhouden aan het einde van de maand betekent niet dat sparen onmogelijk is. Ook met een klein budget kun je geld opzijzetten, zolang je overzicht hebt over wat er binnenkomt en uitgaat. Hoe sparen met weinig geld werkt? Het begint met kleine, vaste bedragen en slimmer omgaan met je vaste lasten.

    Begin met overzicht: weet wat je uitgeeft

    Veel mensen weten niet precies waar hun geld naartoe gaat. Dat maakt sparen moeilijk. Schrijf daarom een maand lang op wat je uitgeeft. Dat kan op papier, in een spreadsheet of via een app. Verdeel je uitgaven in categorieën: boodschappen, vaste lasten, abonnementen, eten buiten de deur en zo verder.

    Als je het zwart op wit ziet, vallen er bijna altijd posten op die je kunt verlagen of schrappen. Denk aan een streamingsdienst die je nauwelijks gebruikt of een abonnement dat automatisch doorloopt. Dit overzicht is de eerste stap naar meer grip op je geld.

    Verlaag je vaste lasten waar je kunt

    Vaste lasten zijn vaak de grootste kostenpost. Toch zijn ze niet altijd in steen gebeiteld. Vergelijk je energieleverancier, internetprovider of zorgverzekering en kijk of je elders goedkoper uit bent. Een overstap kost wat tijd, maar kan structureel ruimte vrijmaken in je budget.

    Kijk ook naar je boodschappengedrag. Huismerken zijn vaak goedkoper dan A-merken, en boodschappen doen met een lijstje voorkomt dat je meer koopt dan je nodig hebt. Kleine aanpassingen hier zorgen op termijn voor een merkbaar verschil.

    Betaal jezelf eerst: zet meteen iets opzij

    Een bekende valkuil is sparen met wat er aan het einde van de maand overblijft. Dat werkt zelden, want er blijft zelden iets over. Draai het om: zet op de dag dat je salaris binnenkomt meteen een klein bedrag over naar je spaarrekening. Dit heet “jezelf eerst betalen”.

    Het mooie is dat je dit kunt automatiseren. Stel een automatische overschrijving in, zodat je er niet meer over hoeft na te denken. Zelfs als het om een klein bedrag gaat, bouw je zo maand voor maand aan een buffer. De hoogte van het bedrag is minder belangrijk dan de regelmaat.

    Wat is een goede buffer om naartoe te werken?

    Een financiële buffer is een spaarpot voor onverwachte uitgaven, zoals een kapotte wasmachine of een onverwachte rekening. Het Nibud adviseert om een buffer op te bouwen die past bij jouw persoonlijke situatie. Een veelgenoemd uitgangspunt is een reserve van een paar maanden aan vaste lasten, maar ook een kleinere buffer geeft al veel meer rust.

    Begin niet met een groot doel dat ver weg voelt. Stel een kleine, haalbare mijlpaal in. Als je die bereikt, zet je de volgende stap. Zo blijft sparen motiverend in plaats van ontmoedigend.

    Praktische manieren om extra te besparen

    • Maak een weekmenu en doe gerichte boodschappen. Zo gooi je minder weg en geef je minder uit.
    • Gebruik een spaarpotje voor wisselgeld of kleine bedragen die je toch niet mist.
    • Vermijd kopen op afbetaling voor kleine aankopen. De rente maakt het uiteindelijk duurder.
    • Check of je recht hebt op toeslagen of gemeentelijke regelingen voor mensen met een laag inkomen. Veel mensen laten geld liggen doordat ze hier niet van weten.
    • Ga na of je ergens op kunt besparen door iets te lenen of tweedehands te kopen in plaats van nieuw.
    • Spreek met jezelf af dat je een nacht slaapt over grotere, ongeplande aankopen. Dat voorkomt impulsaankopen.

    Kleine bedragen, groot verschil op termijn

    Sparen met weinig geld gaat niet over grote bedragen in één keer. Het gaat over consistentie. Tien euro per maand opzijzetten voelt misschien nutteloos, maar na een jaar heb je al een kleine reserve opgebouwd. Na twee jaar meer. Het gaat erom dat je de gewoonte opbouwt en het volhoudt, ook als het bedrag klein is.

    Verhoog het spaarbedrag zodra er iets in je situatie verandert, zoals een loonsverhoging of een abonnement dat afloopt. Zo groeit je spaarbuffer mee zonder dat je er veel voor hoeft te doen.

    Veelgestelde vragen

    Hoeveel moet ik minimaal sparen als ik weinig verdien?
    Er is geen vast minimumbedrag. Zelfs een klein bedrag per maand opzijzetten heeft zin. Het gaat erom dat je de gewoonte opbouwt. Begin met wat haalbaar is voor jou, al is het maar een paar euro per maand, en verhoog het bedrag zodra je meer ruimte hebt.

    Wat als ik aan het einde van de maand echt niets overhoudt?
    Als er echt niets overblijft, is het eerste doel niet sparen maar overzicht krijgen. Schrijf al je inkomsten en uitgaven op en zoek naar posten die je kunt verlagen. Kijk ook of je recht hebt op toeslagen of andere financiële ondersteuning. Soms is er meer mogelijk dan je denkt.

    Is een aparte spaarrekening nodig of kan ik ook sparen op mijn betaalrekening?
    Een aparte spaarrekening maakt het makkelijker om je spaargeld niet aan te raken. Als het geld op dezelfde rekening staat als je dagelijkse uitgaven, is de verleiding groter om het te gebruiken. Een aparte rekening, ook zonder hoge rente, helpt je om structureel geld opzij te zetten.

    Hoe zorg ik dat ik het volhoud?
    Sparen volhouden lukt beter als je een concreet doel voor ogen hebt, zoals een vakantie, een nieuwe fiets of een noodfonds. Stel een automatische overschrijving in zodat je er niet iedere maand opnieuw over hoeft na te denken. Vier kleine mijlpalen om gemotiveerd te blijven.

  • Hoe werkt hypotheekrente? Alles wat je moet weten

    Hoe werkt hypotheekrente? Alles wat je moet weten

    Elke maand betaal je niet alleen je lening terug, je betaalt ook rente. Hypotheekrente is de vergoeding die je betaalt aan de bank voor het geld dat je leent om een huis te kopen. Hoe hoger de rente, hoe meer je maandelijks kwijt bent. In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe hypotheekrente werkt en waar je op moet letten.

    Wat is hypotheekrente precies?

    Wanneer je een huis koopt, leen je een groot bedrag van de bank. De bank rekent daarvoor kosten: de rente. Dit is een percentage van het openstaande hypotheekbedrag. Je betaalt deze rente elke maand, samen met een deel van de aflossing. Het rentebedrag neemt af naarmate je meer hebt afgelost, omdat je dan over een kleiner bedrag rente betaalt.

    Stel dat je een hypotheek hebt van 300.000 euro en de rente is 4 procent per jaar. Dan betaal je het eerste jaar naar schatting rond de 12.000 euro aan rente in totaal. Naarmate je aflost, wordt dit bedrag elk jaar iets lager.

    Wat bepaalt hoe hoog jouw rente is?

    Niet iedereen betaalt hetzelfde rentepercentage. De hoogte van jouw rente hangt af van meerdere factoren:

    • De rentevaste periode: Hoe lang wil je de rente vastzetten? Een korte periode geeft vaak een lagere rente, maar brengt meer onzekerheid. Bij een lange periode weet je precies waar je aan toe bent.
    • De woningwaarde ten opzichte van de lening: Leen je minder dan de woning waard is? Dan is het risico voor de bank kleiner en krijg je vaak een lagere rente.
    • De hypotheekvorm: De manier waarop je aflost, bepaalt mede welke rente je krijgt aangeboden.
    • Jouw financiële situatie: Banken kijken naar je inkomen en risicoprofiel bij het vaststellen van de rente.
    • De marktrente: Banken houden de rente op de kapitaalmarkt in de gaten. Stijgt die, dan stijgen de hypotheekrentes meestal mee.

    Wat is een rentevaste periode?

    Een rentevaste periode is de tijd waarin jouw rente niet verandert. Je kiest dit op het moment dat je de hypotheek afsluit. Gangbare periodes zijn vijf, tien of twintig jaar. Kies je voor een korte periode, dan is de rente vaak lager, maar na afloop van die periode kan de rente hoger uitvallen. Kies je voor een lange periode, dan betaal je iets meer maar heb je zekerheid.

    Na afloop van de rentevaste periode sluit je een nieuwe rentevaste periode af, tegen de rente die op dat moment geldt. Dit heet renteverlenging. Het loont om dit goed voor te bereiden en eventueel verschillende aanbieders te vergelijken.

    Hoe werkt hypotheekrente bij aflossen?

    Bij de meeste hypotheken los je maandelijks een vast bedrag af. Bij een annuïteitenhypotheek blijft je maandbetaling altijd gelijk. Aan het begin bestaat die betaling voor een groot deel uit rente en maar een klein deel uit aflossing. Naarmate de tijd vordert, draait dit om: je lost meer af en betaalt minder rente.

    Bij een lineaire hypotheek los je elke maand hetzelfde bedrag af. Omdat de schuld steeds kleiner wordt, daalt ook de maandelijkse rente. Je totale maandlast wordt dus elke maand iets lager.

    Hypotheekrenteaftrek: rente terugkrijgen via de belasting

    In Nederland mag je de betaalde hypotheekrente aftrekken van je inkomen. Dit heet hypotheekrenteaftrek. Doordat je inkomen op papier lager wordt, betaal je minder inkomstenbelasting. Zo krijg je een deel van de betaalde rente terug via de belastingaangifte of via een maandelijkse voorlopige teruggave.

    Let op: de hypotheekrenteaftrek is in de loop der jaren wel beperkt. Het maximale tarief waartegen je de rente mag aftrekken, wordt ieder jaar aangepast. Informeer je goed over de actuele regels, want dit heeft direct invloed op wat je netto betaalt.

    Praktische checklist bij het kiezen van hypotheekrente

    • Vergelijk meerdere aanbieders op rentepercentage en voorwaarden.
    • Bedenk hoeveel zekerheid je wilt: kies je voor een korte of lange rentevaste periode?
    • Kijk naar je loan-to-value: hoe meer eigen geld je inlegt, hoe lager je rente kan zijn.
    • Check of je gebruik kunt maken van Nationale Hypotheek Garantie (NHG), want dat kan je rente verlagen.
    • Bereken wat de hypotheekrenteaftrek voor jou betekent, zodat je weet wat je netto betaalt.
    • Houd rekening met de renteverlenging aan het einde van je rentevaste periode.

    Zo maak je een bewuste keuze

    Hypotheekrente is geen vast gegeven. Het is iets waar je actief over nadenkt en keuzes in maakt. Door te begrijpen hoe hypotheekrente werkt, wat de rente beïnvloedt en hoe de aftrek werkt, sta je sterker bij het afsluiten of verlengen van je hypotheek. Neem de tijd om te vergelijken en laat je indien nodig adviseren door een onafhankelijk hypotheekadviseur.

    Veelgestelde vragen

    Wat is het verschil tussen variabele en vaste hypotheekrente?
    Bij een vaste rente staat jouw rentepercentage voor een afgesproken periode vast. Je weet precies wat je betaalt. Bij een variabele rente kan de rente elke maand of elk kwartaal wijzigen, afhankelijk van de marktrente. Een variabele rente is vaak lager bij aanvang, maar brengt meer onzekerheid met zich mee.

    Heeft de hoogte van mijn hypotheek invloed op mijn rente?
    Ja, de verhouding tussen de lening en de woningwaarde speelt een rol. Leen je een kleiner deel van de woningwaarde, dan is het risico voor de bank kleiner. Daardoor kun je in aanmerking komen voor een lager rentepercentage. Dit wordt ook wel de loan-to-value ratio genoemd.

    Kan ik tussentijds overstappen naar een lagere rente?
    Tussentijds overstappen naar een andere aanbieder met een lagere rente is mogelijk, maar je betaalt dan meestal een vergoeding aan je huidige bank. Deze vergoeding compenseert de bank voor de misgelopen rente-inkomsten. Het kan toch voordelig zijn als het renteverschil groot genoeg is. Laat dit goed doorrekenen voordat je een beslissing neemt.

    Hoe lang mag ik hypotheekrente aftrekken?
    Je mag de hypotheekrente aftrekken zolang je de hypotheek gebruikt voor de aankoop, verbetering of het onderhoud van je eigen woning. De maximale periode voor aftrek is dertig jaar per hypotheek. Na die periode vervalt het recht op aftrek voor dat deel van de lening.

  • Zo stel je een beleggingsportefeuille samen die bij je past

    Zo stel je een beleggingsportefeuille samen die bij je past

    Een goede beleggingsportefeuille samenstellen begint met twee vragen: hoeveel risico kun jij verdragen en hoe lang wil je beleggen? Zodra je die twee dingen weet, kun je stap voor stap een verdeling opbouwen die past bij jouw situatie. In dit artikel lees je precies hoe je dat aanpakt.

    Wat is een beleggingsportefeuille?

    Een beleggingsportefeuille is de verzameling van alles waarin je belegt. Denk aan aandelen, obligaties, fondsen of een mix daarvan. Je portefeuille laat zien hoe je geld verdeeld is over verschillende beleggingen. Hoe die verdeling eruitziet, bepaalt grotendeels hoeveel risico je loopt en wat je verwachte rendement is.

    Welk risicoprofiel past bij jou?

    Voor je iets koopt, moet je eerlijk zijn over je eigen situatie. Stel jezelf deze vragen:

    • Hoe lang kun je je geld missen? Bij een horizon van tien jaar of langer kun je meer risico nemen dan bij vijf jaar.
    • Hoe reageer je als je portefeuille tijdelijk twintig procent in waarde daalt? Raak je in paniek, of houd je rustig vast?
    • Heb je een financieel vangnet, zoals een noodfonds, buiten je beleggingen?

    Op basis van je antwoorden val je globaal in een van drie profielen: defensief, neutraal of offensief. Een defensieve belegger kiest voor meer obligaties en minder aandelen. Een offensieve belegger pakt het andersom. Neutraal zit er tussenin. Er is geen goed of fout, alleen wat bij jou past.

    Spreiden is de basis van elke goede portefeuille

    Wie alles in één aandeel of één sector stopt, loopt onnodig veel risico. Door te spreiden over verschillende beleggingen, landen en sectoren, zorg je dat een tegenvaller op één plek niet je hele portefeuille omlaag trekt. Dit principe heet diversificatie en het is de belangrijkste regel bij beleggen.

    Spreiden doe je op meerdere manieren. Je kunt spreiden over type belegging, dus aandelen én obligaties. Maar ook over regio, zoals Europa, Noord-Amerika en opkomende markten. En over sectoren, zoals technologie, gezondheidszorg en energie. Hoe breder je spreidt, hoe minder afhankelijk je bent van één markt of bedrijf.

    Welke beleggingen kun je kiezen?

    Er zijn verschillende manieren om je portefeuille te vullen. De meest gebruikte opties zijn:

    • Individuele aandelen: je koopt een stuk van een bedrijf. Dit vraagt meer kennis en tijd, want je moet bedrijven zelf beoordelen.
    • Obligaties: je leent geld uit aan een bedrijf of overheid en krijgt daar rente voor terug. Obligaties zijn doorgaans stabieler dan aandelen, maar leveren ook minder op.
    • ETF’s (indexfondsen): een ETF volgt een index, zoals de AEX of de wereldwijde aandelenmarkt. Je belegt in één keer in honderden bedrijven tegelijk. De kosten zijn laag en de spreiding is groot. Dit is voor veel beginnende beleggers een praktische keuze.
    • Mixfondsen: een fonds dat aandelen én obligaties combineert. Een eenvoudige manier om in één product een gebalanceerde portefeuille op te bouwen.

    ETF’s en passieve mixfondsen worden door veel experts gezien als een toegankelijke manier om breed gespreid te beleggen tegen lage kosten.

    Hoe stel je de verdeling in je portefeuille in?

    Een veelgebruikte vuistregel is om je portefeuille te verdelen tussen aandelen en obligaties op basis van je risicoprofiel. Een offensieve belegger kiest misschien voor tachtig procent aandelen en twintig procent obligaties. Een defensieve belegger draait dat om. Dit zijn richtlijnen, geen vaste regels.

    Spreid je aankopen ook in de tijd. Door elke maand een vast bedrag te beleggen in plaats van alles in één keer, koop je soms duur en soms goedkoop. Dat middelt je aankoopprijs uit en je bent minder afhankelijk van het moment waarop je instapt.

    Praktische checklist voor het samenstellen van je portefeuille

    • Bepaal je beleggingshorizon: hoe lang beleg je?
    • Stel je risicoprofiel vast: defensief, neutraal of offensief?
    • Zorg voor een noodfonds buiten je beleggingen.
    • Kies je beleggingen: aandelen, obligaties, ETF’s of een mix.
    • Spreidt over sectoren, regio’s en type belegging.
    • Overweeg periodiek beleggen om je aankoopprijs te spreiden.
    • Controleer je portefeuille regelmatig en pas aan als je situatie verandert.

    Houd je portefeuille bij en pas aan waar nodig

    Een beleggingsportefeuille is geen project dat je eenmalig afrondt. Markten bewegen, jouw situatie verandert en de verdeling in je portefeuille verschuift mee. Controleer daarom minstens één keer per jaar of je verdeling nog klopt. Als aandelen hard zijn gestegen, neem je automatisch meer risico dan je van plan was. Dan is het verstandig om bij te sturen.

    Pas ook op voor emotionele beslissingen. Verkopen als de beurs daalt en kopen als alles al duur is, werkt averechts. Wie een duidelijk plan heeft en dat volhoudt, doet het op de lange termijn doorgaans beter dan iemand die steeds inspeelt op de waan van de dag.

    Veelgestelde vragen

    Hoeveel geld heb je nodig om te beginnen met beleggen?
    Er is geen minimumbedrag dat voor iedereen geldt. Veel brokers en banken laten je beginnen met kleine bedragen, soms al vanaf een tientje per maand. Belangrijk is dat je alleen geld belegt dat je langere tijd kunt missen.

    Wat is het verschil tussen een ETF en een mixfonds?
    Een ETF is een indexfonds dat een bepaalde markt of index volgt, zoals alle aandelen wereldwijd. Een mixfonds combineert zelf al aandelen én obligaties in één product. Een mixfonds biedt meer automatische balans, terwijl je met een ETF zelf de verhouding bepaalt.

    Hoe vaak moet je je beleggingsportefeuille herzien?
    Een jaarlijkse check is voor de meeste beleggers genoeg. Je kijkt dan of de verdeling tussen aandelen en obligaties nog overeenkomt met je oorspronkelijke keuze. Grote veranderingen in je leven, zoals een nieuwe baan, een huis kopen of pensionering, zijn ook een goede reden om je portefeuille te herijken.

    Is het verstandig om te spreiden over meerdere brokers?
    Dat is niet noodzakelijk voor je spreiding als belegger, want die zit al in je keuze van beleggingen. Wel kan het een gevoel van zekerheid geven. Let op: in Nederland vallen beleggingen bij een broker niet onder het depositogarantiestelsel, maar zijn de beleggingen zelf wel wettelijk gescheiden van het vermogen van de broker.

  • AOV verzekering premie berekenen: waar hangt je bedrag van af?

    AOV verzekering premie berekenen: waar hangt je bedrag van af?

    De premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) is niet voor iedereen hetzelfde. Wat je betaalt, hangt af van een aantal persoonlijke factoren, en die combinatie maakt dat jouw premie uniek is. Om de AOV verzekering premie te berekenen, vul je bij een verzekeraar een aantal gegevens in over je werk, je inkomen en de gewenste dekking. In dit artikel lees je precies welke factoren jouw premie bepalen en hoe je slim kiest.

    Wat bepaalt de hoogte van je AOV-premie?

    Verzekeraars kijken naar meerdere factoren om jouw premie vast te stellen. De belangrijkste zijn:

    • Je leeftijd: Hoe ouder je bent, hoe groter de kans op arbeidsongeschiktheid. Dat betekent een hogere premie.
    • Je beroep: Een dakdekker heeft meer kans op lichamelijk letsel dan een boekhouder. Verzekeraars delen beroepen in risicoklassen in. Zwaardere klassen betalen meer.
    • Je gewenste uitkeringshoogte: Hoe hoger het maandelijkse bedrag dat je wilt ontvangen bij arbeidsongeschiktheid, hoe hoger de premie.
    • De wachttijd: Dit is de periode die je zelf overbruggt voordat de uitkering ingaat. Kies je voor een wachttijd van twee jaar in plaats van dertig dagen, dan is de premie een stuk lager.
    • De eindleeftijd: Tot welke leeftijd wil je verzekerd zijn? Veel mensen kiezen voor de AOW-leeftijd. Hoe langer de looptijd, hoe meer je betaalt.
    • Je gezondheid: Bij aanvraag vraagt de verzekeraar naar je gezondheidsverleden. Klachten of aandoeningen kunnen leiden tot een hogere premie of een uitsluiting van bepaalde risico’s.

    Hoe bereken je stap voor stap je AOV-premie?

    De meeste verzekeraars bieden online een rekentool aan waarmee je binnen enkele minuten een indicatie krijgt. Zo werkt het in de praktijk:

    • Stap 1: Kies je gewenste uitkering. Bedenk hoeveel je maandelijks nodig hebt om je vaste lasten te dekken. Denk aan huur of hypotheek, boodschappen en andere terugkerende kosten.
    • Stap 2: Kies de wachttijd. Dit is de periode na het begin van je arbeidsongeschiktheid dat je nog geen uitkering ontvangt. Gangbare opties zijn 14 dagen, 30 dagen, 3 maanden, 1 jaar of 2 jaar. Heb je een buffer, dan kies je een langere wachttijd en bespaar je op de premie.
    • Stap 3: Kies de eindleeftijd. Veel zelfstandigen kiezen voor de AOW-leeftijd als eindpunt. Dit geeft de langste dekking, maar ook de hoogste premie.
    • Stap 4: Vul je persoonlijke gegevens in. Denk aan je geboortedatum, beroep en gezondheidsverleden.
    • Stap 5: Vergelijk meerdere offertes. De premie kan sterk verschillen per verzekeraar, ook bij dezelfde instellingen. Neem de tijd om meerdere berekeningen naast elkaar te leggen.

    Wat is een reëel premiebedrag?

    Concrete bedragen noemen is lastig, omdat elke situatie anders is. Toch geven verzekeraars aan dat de premie voor een AOV voor zelfstandigen in de meeste gevallen ergens tussen de enkele honderden en een paar duizend euro per jaar ligt. Een jongere administratief medewerker met een bescheiden uitkering en lange wachttijd betaalt doorgaans minder dan een oudere zzp’er in een fysiek zwaar beroep met volledige dekking. Zie elk bedrag dat je online vindt als een indicatie, geen garantie.

    Let er ook op dat de premie die je betaalt voor een AOV in de meeste gevallen fiscaal aftrekbaar is als je zelfstandige bent. Dit verlaagt je netto kosten flink. Raadpleeg wel een belastingadviseur voor je eigen situatie.

    Waarop moet je letten bij het vergelijken?

    Een lage premie is niet altijd de beste keuze. Let bij het vergelijken op de volgende punten:

    • De definitie van arbeidsongeschiktheid: Sommige polissen keren uit als je je eigen beroep niet meer kunt uitoefenen. Andere pas als je helemaal niet meer kunt werken. Dat verschil maakt veel uit.
    • Indexering: Stijgt de uitkering mee met de inflatie? Zo ja, dan behoudt je uitkering zijn waarde op de lange termijn.
    • Uitsluitingen: Kijk goed welke klachten of situaties niet worden gedekt, zeker als je al eerder gezondheidsklachten hebt gehad.
    • Aanvullende opties: Sommige verzekeraars bieden extra dekkingen, zoals bij zwangerschap of bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

    Wanneer is een adviseur handig?

    Een online berekening geeft een goede eerste indruk, maar voor de juiste keuze is een onafhankelijk adviseur vaak meer waard dan je denkt. Zeker als je een bijzonder beroep hebt, eerder gezondheidsklachten hebt gehad of twijfelt over de juiste wachttijd of uitkeringshoogte. Een adviseur vergelijkt meerdere verzekeraars voor je en legt de kleine lettertjes uit. Dat voorkomt vervelende verrassingen als je de verzekering later echt nodig hebt.

    Veelgestelde vragen

    Wat is de wachttijd bij een AOV en hoe beïnvloedt die mijn premie?
    De wachttijd is de periode na het begin van je arbeidsongeschiktheid waarin je nog geen uitkering ontvangt. Je overbruggt die periode zelf. Hoe langer de wachttijd die je kiest, hoe lager je premie. Een wachttijd van één jaar is goedkoper dan één van dertig dagen. Heb je een financiële buffer, dan is een langere wachttijd een slimme manier om de premie te verlagen.

    Kan ik de AOV-premie aftrekken van de belasting?
    Als zelfstandige ondernemer of zzp’er kun je de premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering in de meeste gevallen aftrekken als ondernemerskosten of als premie lijfrenteverzekering. Dit verlaagt je belastbaar inkomen. De exacte regels hangen af van je situatie, dus check dit met een belastingadviseur of boekhouder.

    Maakt het uit bij welke verzekeraar ik de AOV premie bereken?
    Ja, de premie voor een AOV verzekering kan per verzekeraar behoorlijk verschillen, ook als je dezelfde instellingen gebruikt. Dat komt doordat elke verzekeraar zijn eigen risicobeoordeling hanteert en beroepen anders indeelt. Het loont om altijd meerdere offertes op te vragen voordat je een keuze maakt.

    Wat is het verschil tussen een AOV op basis van eigen beroep of passend werk?
    Bij een AOV op basis van eigen beroep ontvang je een uitkering zodra je jouw eigen werk niet meer kunt doen. Bij een polis op basis van passend werk keer de verzekeraar pas uit als je helemaal geen ander werk meer kunt doen dat bij je opleiding en ervaring past. De eerste variant geeft ruimere dekking, maar is ook duurder.

  • Zo werkt rente op een spaarrekening: duidelijk uitgelegd

    Zo werkt rente op een spaarrekening: duidelijk uitgelegd

    Zet je geld op een spaarrekening, dan betaalt de bank jou een vergoeding voor het gebruik van dat geld. Dat is spaarrente. Hoe werkt rente op een spaarrekening precies? De bank berekent een percentage over jouw spaarsaldo en schrijft dat bedrag periodiek bij op je rekening. Hoe hoger je saldo en hoe hoger het rentepercentage, hoe meer je ontvangt.

    Wat doet de bank met jouw spaargeld?

    Wanneer jij geld op een spaarrekening zet, leent de bank dat geld als het ware uit aan andere klanten, bijvoorbeeld als hypotheek of lening. Daarvoor betalen die klanten rente aan de bank. Een deel van die opbrengst geeft de bank aan jou terug in de vorm van spaarrente. Jij stelt je geld beschikbaar, de bank gebruikt het, en jij krijgt er een vergoeding voor.

    Hoe wordt de rente berekend?

    De rente wordt berekend als een percentage van je spaarsaldo. Stel dat je een saldo hebt van 5.000 euro en een rentepercentage van 1,8 procent op jaarbasis, dan ontvang je op jaarbasis 90 euro aan rente. De berekening is dus: saldo vermenigvuldigd met het rentepercentage.

    De meeste banken berekenen de rente dagelijks, maar schrijven het bedrag minder vaak bij. Dat kan maandelijks, per kwartaal of eens per jaar zijn. Bij kwartaalrente krijg je vier keer per jaar een rentebijschrijving, berekend over het aantal dagen per kwartaal dat het geld op je rekening stond. Heb je halverwege het kwartaal geld gestort of opgenomen, dan telt alleen de periode mee dat het geld er daadwerkelijk stond.

    Vaste of variabele rente: wat is het verschil?

    Er zijn twee soorten spaarrente. Bij een variabele rente kan de bank het percentage op elk moment aanpassen. Stijgt de marktrente, dan profiteer je daarvan. Daalt die, dan daalt je rente ook. Dit type rente vind je meestal op gewone, vrij opneembare spaarrekeningen.

    Bij een vaste rente staat het percentage voor een afgesproken periode vast. Je weet dus precies wat je krijgt. Het nadeel is dat je je geld gedurende die periode niet zomaar kunt opnemen. De bank kan je geld dan langer inzetten, bijvoorbeeld voor langlopende leningen, en biedt daarom soms een hogere rente.

    Wat bepaalt de hoogte van de spaarrente?

    Banken bepalen de hoogte van de spaarrente niet zomaar zelf. Er zijn een paar factoren die meespelen:

    • Het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB): de ECB stelt een basisrente vast. Als die stijgt, stijgen de spaarrentes bij banken vaak ook mee. Als die daalt, volgen de spaarrentes die beweging doorgaans.
    • Concurrentie tussen banken: banken concurreren om spaarders aan te trekken. Een hogere rente maakt een bank aantrekkelijker.
    • Het type rekening: op een geblokkeerde rekening of rekening met opzegtermijn krijg je vaak meer rente dan op een vrij opneembare rekening.
    • De hoogte van je saldo: sommige banken bieden een hogere rente tot een bepaald maximumsaldo, en een lagere rente over het deel daarboven.

    Rente op rente: zo groeit je spaargeld sneller

    Als je rente wordt bijgeschreven op je spaarrekening, wordt dat bedrag onderdeel van je nieuwe saldo. De volgende keer dat de bank rente berekent, doe je dat over een hoger bedrag. Dit heet samengestelde rente of rente op rente. Op de lange termijn kan dit effect behoorlijk oplopen, zelfs als de rente zelf niet hoog is.

    Hoe vaker de rente wordt bijgeschreven, hoe sneller dit effect werkt. Maandelijkse bijschrijving levert in theorie iets meer op dan jaarlijkse bijschrijving, ook al is het rentepercentage hetzelfde.

    Praktische checklist: haal meer uit je spaarrente

    • Vergelijk rentepercentages van verschillende banken voordat je kiest.
    • Kijk of de rente variabel of vast is, en wat dat voor jou betekent.
    • Controleer hoe vaak de rente wordt bijgeschreven: vaker is gunstiger.
    • Let op of er een maximumsaldo geldt voor het hogere rentepercentage.
    • Houd je geld niet langer vast dan nodig als de vergoeding voor een geblokkeerde rekening minimaal verschilt.
    • Check of de bank valt onder het depositogarantiestelsel, zodat je spaargeld tot een bepaald bedrag is beschermd.

    Je rente en belasting

    In Nederland betaal je geen belasting over de rente zelf, maar over het vermogen dat je hebt. De Belastingdienst rekent in box 3 met een fictief rendement over je spaarsaldo op 1 januari. Of je uiteindelijk belasting betaalt, hangt af van de hoogte van je totale vermogen en het heffingsvrije vermogen dat geldt in het betreffende jaar. Valt je spaarsaldo onder die grens, dan betaal je niets.

    Veelgestelde vragen

    Wanneer wordt de rente op mijn spaarrekening bijgeschreven?
    Dat verschilt per bank en per type rekening. Sommige banken schrijven de rente maandelijks bij, andere per kwartaal of eens per jaar. Bij kwartaalrente ontvang je vier keer per jaar een bedrag, berekend over de dagen dat je geld op de rekening stond in die periode.

    Maakt het uit hoeveel geld ik op mijn rekening heb staan?
    Ja, de rente wordt berekend over je saldo. Een hoger saldo levert bij hetzelfde percentage meer rente op. Sommige banken hanteren ook een maximumsaldo: over het bedrag daarboven geldt een lager of ander percentage.

    Wat is het verschil tussen een vrij opneembare rekening en een geblokkeerde rekening?
    Bij een vrij opneembare spaarrekening kun je je geld op elk moment opnemen. Bij een geblokkeerde rekening staat je geld vast voor een bepaalde periode. Omdat de bank je geld dan langer kan gebruiken, biedt dit type rekening vaak een hogere rente.

    Wat is het depositogarantiestelsel?
    Het depositogarantiestelsel is een wettelijke regeling die spaargeld beschermt als een bank failliet gaat. In Nederland is je spaargeld bij een bank die onder dit stelsel valt beschermd tot een bepaald maximumbedrag per persoon per bank. Het exacte bedrag kan wijzigen, dus check dit bij je eigen bank of via de website van De Nederlandsche Bank.

    Verdien ik meer als de rente vaker wordt bijgeschreven?
    Ja, dat kan een klein verschil maken. Als rente vaker wordt bijgeschreven, groeit je saldo sneller en bereken je de volgende keer rente over een hoger bedrag. Dit effect heet rente op rente en werkt gunstiger naarmate bijschrijving vaker plaatsvindt.

  • Voorlopige aanslag inkomstenbelasting: wat is het en hoe werkt het?

    Voorlopige aanslag inkomstenbelasting: wat is het en hoe werkt het?

    Krijg je een brief van de Belastingdienst over een voorlopige aanslag? Dan gaat het om een schatting van hoeveel belasting je waarschijnlijk moet betalen of terugkrijgt. Een voorlopige aanslag inkomstenbelasting is dus geen definitief bedrag, maar een voorschot op de uiteindelijke belastingafrekening.

    Hoe werkt een voorlopige aanslag precies?

    De Belastingdienst wacht normaal gesproken tot na het belastingjaar om alles definitief te berekenen. Maar soms weet de Belastingdienst al vroeg in het jaar dat je waarschijnlijk belasting moet betalen of recht hebt op een teruggave. In dat geval sturen ze een voorlopige aanslag. Je betaalt dan alvast in termijnen, of je krijgt alvast een deel van het geld terug.

    Die schatting is gebaseerd op gegevens die de Belastingdienst al heeft, zoals je inkomen van vorige jaren of de aangifte die je net hebt ingediend. Het is dus een verwachting, geen zekerheid.

    Wanneer krijg je een voorlopige aanslag?

    Niet iedereen krijgt automatisch een voorlopige aanslag. Er zijn twee situaties waarin het voorkomt:

    • Automatisch van de Belastingdienst: De Belastingdienst stuurt soms uit zichzelf een voorlopige aanslag. Dit gebeurt als ze verwachten dat je aan het einde van het jaar te weinig belasting hebt betaald, bijvoorbeeld omdat je inkomsten hebt waarover geen loonheffing wordt ingehouden. Denk aan inkomsten uit verhuur of een eigen bedrijf naast je baan.
    • Na je belastingaangifte: Heb je je aangifte al gedaan, maar is de definitieve aanslag nog niet vastgesteld? Dan kan de Belastingdienst alvast een voorlopige aanslag sturen op basis van wat je hebt ingevuld. Zo weet je snel waar je aan toe bent.

    Je kunt ook zelf om een voorlopige aanslag vragen. Dat is handig als je weet dat je recht hebt op een teruggave en dat geld liever eerder ontvangt dan aan het einde van het jaar.

    Wat is het verschil met de definitieve aanslag?

    De voorlopige aanslag is, zoals de naam al zegt, voorlopig. Nadat het belastingjaar voorbij is, verwerk je je definitieve belastingaangifte. Op basis daarvan stelt de Belastingdienst de definitieve aanslag vast. Daarin wordt ook rekening gehouden met wat je via de voorlopige aanslag al hebt betaald of ontvangen.

    Klopt de voorlopige aanslag niet met de uiteindelijke situatie? Dan volgt er een nabetaling of terugbetaling bij de definitieve aanslag. Je bent dus nooit te veel of te weinig kwijt, zolang je aangifte klopt.

    Wat kun je doen als de aanslag niet klopt?

    Verandert je situatie tijdens het jaar? Denk aan een nieuwe baan, een lager inkomen of een grote aftrekpost die je nog niet had meegenomen. Dan kun je de voorlopige aanslag laten aanpassen. Dit doe je via Mijn Belastingdienst op de website van de Belastingdienst. Zo voorkom je dat je te veel betaalt of aan het einde van het jaar voor een verrassing staat.

    Het is slim om de aanslag te controleren zodra je hem ontvangt. Kloppen de gegevens niet? Pas het dan zo snel mogelijk aan, zodat de maandelijkse termijnen direct worden bijgesteld.

    Zo ga je er goed mee om: een kort overzicht

    • Controleer bij ontvangst of de gegevens kloppen met je huidige situatie.
    • Betaal de termijnen op tijd om rente of boetes te voorkomen.
    • Verandert je inkomen of situatie? Pas de aanslag aan via Mijn Belastingdienst.
    • Houd rekening met een nabetaling of teruggave bij de definitieve aanslag.
    • Doe je aangifte op tijd, zodat de definitieve aanslag snel vastgesteld kan worden.

    Na de voorlopige aanslag komt de definitieve

    Een voorlopige aanslag inkomstenbelasting is een handig instrument voor zowel jou als de Belastingdienst. Jij weet eerder waar je financieel aan toe bent, en de Belastingdienst kan belasting gedurende het jaar innen in plaats van alles achteraf te laten regelen. Houd je gegevens up-to-date en doe tijdig aangifte, dan verloopt de overstap naar de definitieve aanslag soepel.

    Veelgestelde vragen

    Moet ik altijd belasting betalen bij een voorlopige aanslag?

    Nee, een voorlopige aanslag kan ook betekenen dat je geld terugkrijgt. De aanslag kan zowel een te betalen bedrag als een teruggave bevatten, afhankelijk van jouw situatie en de schatting van de Belastingdienst.

    Kan ik zelf een voorlopige aanslag aanvragen?

    Ja, je kunt zelf een voorlopige aanslag aanvragen via Mijn Belastingdienst. Dit is handig als je weet dat je recht hebt op een teruggave en dat liever gespreid over het jaar ontvangt in plaats van alles achteraf.

    Wat gebeurt er als ik de voorlopige aanslag niet betaal?

    Als je de termijnen van de voorlopige aanslag niet op tijd betaalt, kan de Belastingdienst rente en eventuele invorderingskosten in rekening brengen. Neem bij betalingsproblemen contact op met de Belastingdienst, want in sommige gevallen is een betalingsregeling mogelijk.

    Hoe weet ik of mijn voorlopige aanslag klopt?

    De Belastingdienst baseert de voorlopige aanslag op bekende gegevens, zoals je inkomen van vorige jaren. Klopt dat niet meer met je huidige situatie, dan kan de aanslag afwijken. Controleer de aanslag bij ontvangst en pas hem aan als je gegevens zijn veranderd.

  • Beginnen met beleggen: hoeveel geld heb je eigenlijk nodig?

    Beginnen met beleggen: hoeveel geld heb je eigenlijk nodig?

    Je hebt geen groot kapitaal nodig om te starten met beleggen. In theorie kun je al beginnen met een paar euro, al haal je met een groter bedrag eerder een merkbaar resultaat. Als je je afvraagt hoeveel geld je nodig hebt om te beginnen met beleggen, hangt het antwoord vooral af van je eigen situatie, je doelen en hoeveel risico je aankunt.

    Waarom het startbedrag minder uitmaakt dan je denkt

    Veel mensen stellen beleggen uit omdat ze denken dat ze er duizenden euro’s voor nodig hebben. Dat klopt niet. Veel online brokers en beleggingsplatforms kennen geen minimum instapbedrag, of vragen slechts een klein bedrag om te beginnen. Het idee dat beleggen alleen voor mensen met veel geld is, klopt dus niet.

    Wat wel klopt: met een groter bedrag behaal je sneller een hoger winstbedrag in absolute euro’s. Vier procent rendement op een portefeuille van duizend euro is veertig euro. Datzelfde percentage op tienduizend euro levert vierhonderd euro op. De procentuele groei is gelijk, maar het bedrag in je portemonnee verschilt flink.

    Wat moet je eerst regelen voordat je begint?

    Voordat je geld inlegt, is het verstandig om een financieel vangnet te hebben. Beleggen brengt risico met zich mee. De waarde van je beleggingen kan dalen, soms flink. Geld dat je morgen nodig hebt voor je huur of vaste lasten, hoort niet in een beleggingsrekening.

    Een vuistregel die financieel adviseurs en organisaties zoals het Nibud hanteren: zorg eerst voor een buffer op een spaarrekening. Hoe groot die buffer moet zijn, verschilt per situatie, maar denk aan een paar maanden aan vaste lasten achter de hand. Pas daarna is het geld dat overblijft geschikt om te beleggen.

    Beginnen met beleggen: hoeveel geld is realistisch?

    Er is geen universeel juist bedrag. Wat realistisch is, hangt af van twee vragen: hoeveel geld heb je beschikbaar, en wat is je doel? Wil je vermogen opbouwen voor later, dan kun je klein beginnen en periodiek geld inleggen. Wil je op korte termijn een specifiek bedrag bereiken, dan is een groter startkapitaal logischer.

    Een maandelijks vast bedrag inleggen, ook wel periodiek beleggen genoemd, is een manier die goed werkt voor mensen die nu nog geen groot bedrag beschikbaar hebben. Je spreidt je aankopen in de tijd, waardoor je minder last hebt van schommelingen op de beurs. Je koopt soms duurder en soms goedkoper in, wat het gemiddelde aankoopbedrag gelijkmatiger maakt.

    In één keer of periodiek inleggen?

    Als je al een groter bedrag beschikbaar hebt, heb je een keuze: alles in één keer inleggen of het spreiden over meerdere momenten. Beide hebben voor- en nadelen.

    In één keer inleggen heeft als voordeel dat je eerder volledig belegd bent en dus langer kunt profiteren van eventuele groei. Het nadeel is dat je precies op een hoog punt kunt instappen, waarna de koersen tijdelijk zakken. Periodiek inleggen verlaagt dat risico, maar betekent ook dat een deel van je geld tijdelijk op een spaarrekening staat in plaats van belegd te zijn.

    Voor beginnende beleggers is periodiek inleggen vaak een prettigere start. Je went geleidelijk aan de schommelingen en hoeft niet alles in één keer te beslissen.

    Waar moet je op letten als je begint?

    • Zorg voor een financiële buffer op een spaarrekening voordat je begint.
    • Beleg alleen geld dat je voor langere tijd kunt missen, bij voorkeur minimaal drie tot vijf jaar.
    • Kijk naar de kosten van het platform dat je gebruikt. Transactiekosten en beheerkosten eten in op je rendement.
    • Begin eenvoudig, bijvoorbeeld met een breed gespreide indexfonds of ETF, zodat je niet afhankelijk bent van één bedrijf of sector.
    • Beleg niet meer dan je verlies kunt dragen. Als je ’s nachts wakker ligt van koersdalingen, beleg je te veel of te risicovol.
    • Leg vast wat je doel is: wanneer wil je het geld gebruiken en hoeveel wil je dan hebben?

    Klein beginnen en groeien

    Starten met een bescheiden bedrag is geen slechte zet. Je leert hoe beleggen werkt, hoe je reageert op koersschommelingen en welke producten bij je passen, zonder dat je meteen een groot bedrag op het spel zet. Veel ervaren beleggers zijn ooit begonnen met een klein maandelijks bedrag en hebben dat in de loop der jaren opgebouwd.

    Het belangrijkste is dat je begint op een moment dat je financiën stabiel zijn, je een buffer hebt en je weet dat het ingelegde geld echt gemist kan worden. Dan maakt het weinig uit of je start met vijftig euro per maand of met een groter bedrag. Wat telt, is dat je consequent blijft en geduld hebt.

    Veelgestelde vragen

    Kan ik beginnen met beleggen als ik weinig geld heb?
    Ja, beleggen met weinig geld is mogelijk. Veel platforms kennen geen minimumbedrag of vragen slechts een klein bedrag om te starten. Het rendement in euro’s blijft bij een klein bedrag beperkt, maar je bouwt wel ervaring op en je geld groeit mee als de koersen stijgen.

    Hoeveel geld moet ik achter de hand houden voordat ik begin met beleggen?
    Zorg dat je altijd een financiële buffer op een spaarrekening hebt staan voordat je begint met beleggen. Die buffer dekt onverwachte uitgaven, zodat je beleggingen niet hoeft te verkopen op een ongunstig moment. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt af van je vaste lasten en persoonlijke situatie.

    Wat is het verschil tussen periodiek beleggen en in één keer inleggen?
    Bij periodiek beleggen leg je met vaste tussenpozen een bedrag in, bijvoorbeeld elke maand. Daardoor koop je soms op een hoog en soms op een laag koersniveau, wat het gemiddelde aankoopbedrag gelijkmatiger maakt. In één keer inleggen betekent dat je meteen volledig belegd bent, wat voordelig kan zijn bij stijgende koersen maar ook risico geeft als de koers daalt vlak na je aankoop.

    Hoe lang moet ik mijn geld kunnen missen als ik ga beleggen?
    Als vuistregel geldt dat je geld dat je voor beleggen gebruikt, minimaal drie tot vijf jaar kunt missen. Koersen schommelen op korte termijn, maar hebben historisch gezien over langere periodes de neiging te stijgen. Wie op korte termijn het geld nodig heeft, loopt het risico op een verlies te moeten verkopen.

  • Een persoonlijke lening alleen afsluiten zonder partner: zo werkt het

    Een persoonlijke lening alleen afsluiten zonder partner: zo werkt het

    Je hoeft geen partner te hebben om een lening af te sluiten. Een persoonlijke lening alleen afsluiten zonder partner is in Nederland gewoon mogelijk. Je vraagt de lening dan op eigen naam aan, en alleen jij bent verantwoordelijk voor de terugbetaling. De geldverstrekker beoordeelt jouw aanvraag op basis van jouw persoonlijke financiële situatie.

    Wat betekent het om een lening op eigen naam af te sluiten?

    Als je een lening op eigen naam afsluit, ben jij de enige die tekent voor de schuld. Je partner, als je die hebt, staat er niet bij en is ook niet aansprakelijk. Dat geldt zowel als je alleenstaand bent als wanneer je een relatie hebt maar de lening alleen op jouw naam wilt zetten.

    Ben je getrouwd of geregistreerd partner in gemeenschap van goederen? Dan ligt het iets anders. In dat geval kan een schuld in bepaalde situaties ook gevolgen hebben voor je partner, omdat jullie vermogen en schulden wettelijk gezien deels gedeeld zijn. Ben je getrouwd op huwelijkse voorwaarden of ongehuwd samenwonend zonder geregistreerd partnerschap? Dan is de lening volledig jouw eigen verantwoordelijkheid.

    Waar kijkt een geldverstrekker naar bij jouw aanvraag?

    Omdat je de lening alleen aanvraagt, beoordeelt de geldverstrekker alleen jouw financiële situatie. Er wordt gekeken naar een aantal zaken:

    • Je inkomen: heb je een vast inkomen en is dat hoog genoeg om de maandlasten te dragen?
    • Je kredietgeschiedenis: zijn er in het verleden betalingsproblemen geregistreerd bij het Bureau Krediet Registratie (BKR)?
    • Je vaste lasten: wat zijn je maandelijkse uitgaven zoals huur, andere leningen of alimentatie?
    • Je leeftijd: je moet minimaal 18 jaar oud zijn om een lening te kunnen afsluiten.
    • Je woonplaats: je moet ingeschreven staan in Nederland.

    Omdat er maar één inkomen meegerekend wordt, kan het leenbedrag soms lager uitvallen dan wanneer je samen met een partner zou lenen. Dat is logisch: de geldverstrekker kijkt naar wat jij zelf kunt terugbetalen.

    Persoonlijke lening alleen afsluiten zonder partner: stap voor stap

    Het aanvragen van een persoonlijke lening doe je in een paar stappen. Hieronder zie je hoe het proces er in de praktijk uitziet.

    • Bepaal het bedrag dat je wilt lenen en voor welk doel. Leen niet meer dan je nodig hebt.
    • Vergelijk aanbieders op rente en voorwaarden. De rente verschilt per aanbieder en heeft direct invloed op je maandlasten.
    • Controleer je BKR-registratie. Een negatieve registratie kan je aanvraag lastig maken.
    • Verzamel de benodigde documenten. Denk aan een geldig identiteitsbewijs, een recente loonstrook of jaaropgave en soms bankafschriften.
    • Vul het aanvraagformulier in op eigen naam. Laat het vakje voor een medeaanvrager leeg.
    • Wacht op de beoordeling. Na goedkeuring staat het geld meestal snel op je rekening.

    Wat als je een partner hebt maar toch alleen wil lenen?

    Het is volkomen normaal om ook als je een relatie hebt, een lening op eigen naam af te sluiten. Misschien wil je een persoonlijke aankoop financieren, of wil je je partner er simpelweg niet bij betrekken. Dat is jouw keuze.

    Zolang je niet getrouwd bent in gemeenschap van goederen, heeft jouw partner niets te maken met jouw lening. Je hoeft geen toestemming te vragen en je partner hoeft niets te tekenen. De lening staat alleen op jouw naam en wordt ook alleen terugbetaald vanuit jouw inkomen.

    Ben je wel getrouwd in gemeenschap van goederen? Bespreek het dan van tevoren met jouw partner en eventueel een financieel adviseur. Niet om toestemming te vragen, maar om duidelijk te zijn over de gevolgen voor jullie gezamenlijke financiële situatie.

    Waar moet je op letten voordat je tekent?

    Een persoonlijke lening heeft een vaste looptijd en een vast maandbedrag. Je weet vooraf precies wat je betaalt. Dat geeft duidelijkheid, maar je zit ook vast aan die afspraken. Let op het volgende voordat je een contract ondertekent:

    • De jaarlijkse rente, ook wel het JKP (jaarlijks kostenpercentage) genoemd. Dit geeft je de totale kosten van de lening in één percentage.
    • De looptijd van de lening. Hoe langer de looptijd, hoe lager het maandbedrag, maar hoe meer rente je in totaal betaalt.
    • Mogelijkheden voor boetevrij aflossen. Sommige aanbieders laten je extra aflossen zonder kosten, anderen rekenen daar een vergoeding voor.
    • Wat er gebeurt als je tijdelijk niet kunt betalen. Kijk of er een betalingsregeling mogelijk is bij onverwachte tegenslagen.

    Hoe zit het met de rente bij belastingaangifte?

    De rente op een persoonlijke lening is in de meeste gevallen niet aftrekbaar bij de belasting. Er is één uitzondering: gebruik je de lening voor verbetering of verbouwing van je eigen woning, dan kan de rente wel aftrekbaar zijn in box 1. Gebruik je het geld voor iets anders, zoals een auto of vakantie, dan is de rente niet aftrekbaar. De schuld zelf kun je wel opgeven in box 3, als schuld die je in mindering brengt op je vermogen.

    Gewoon regelen op jouw eigen voorwaarden

    Een lening alleen afsluiten is voor de meeste mensen een prima optie. Je bent zelf verantwoordelijk, je hebt niemand anders nodig en je regelt het op jouw eigen tempo. Zorg dat je de maandlasten kunt dragen vanuit jouw inkomen, vergelijk meerdere aanbieders en lees de kleine lettertjes goed door. Dan weet je precies waar je aan toe bent.

    Veelgestelde vragen

    Kan ik een persoonlijke lening alleen afsluiten als ik een partner heb?
    Ja, je kunt een persoonlijke lening op eigen naam afsluiten, ook als je een partner hebt. Je partner hoeft niet mee te tekenen en heeft er niets mee te maken, tenzij je getrouwd bent in gemeenschap van goederen. In dat geval kan de schuld gevolgen hebben voor jullie gezamenlijke vermogen.

    Wat als mijn inkomen als alleenstaande te laag is om te lenen?
    Als je inkomen te laag is, kan een geldverstrekker je aanvraag afwijzen. Je kunt dan overwegen een lager bedrag aan te vragen dat beter past bij jouw inkomen. Een medeaanvrager toevoegen is ook een optie, maar dan sluit je de lening niet meer alleen af.

    Heeft mijn BKR-registratie invloed op mijn aanvraag?
    Ja, geldverstrekkers raadplegen altijd het BKR bij een leningaanvraag. Een negatieve registratie, bijvoorbeeld door een eerdere betalingsachterstand, maakt het lastiger om een lening te krijgen. Een positieve of schone registratie vergroot juist je kansen.

    Hoe snel krijg ik het geld na goedkeuring?
    Na definitieve goedkeuring van je aanvraag staat het geld bij de meeste aanbieders binnen één werkdag op je rekening.